zondag 21 september 2008

HIV/AIDS maakt onschuldige slachtoffers


Ieder mens heeft zijn eigen verhaal. Zo ook de mensen op deze foto. Lees hun verhaal en heb respect voor hen.

Het is een frisse lente dag. De deur staat open en in het huisje is het koud. In een van de twee kamers staat een bed. De vrouw in bed is ziek. Ze komt de hele dag haar bed niet uit. Deze vrouw is een van de vele mensen met HIV/AIDS in de gemeenschap. Na een aantal gezonde jaren met het virus in haar bloed, is ze ziek geworden. Ze heeft nu AIDS.

Er zijn verschillende manieren waarop een persoon besmet kan worden met HIV. De meeste mensen worden echter besmet door onbeschermde sex met een persoon dat het virus bij zich draagt. Iemand kan zichzelf beschermen tegen besmetting. Deze preventie methoden worden aangeduid met ABC. De A staat voor Abstinence. Dit betekent dat een persoon ervoor kan kiezen om geen sex te hebben. De B staat voor Be faithful. Dit betekent dat een persoon 'slechts' een sexuele partner heeft. De C staat voor Condomise. Dit betekent dat HIV besmetting voorkomen kan worden door condooms te gebruiken. Dat dit ABC niet perfect is, illustreert het verhaal van deze vrouw.

Haar man is een paar jaar geleden overleden. Hij heeft haar achtergelaten met vier kinderen en een HIV besmetting. De vrouw was op de hoogte van het bestaan van HIV/AIDS. Ze wist zelfs hoe het virus zich kan verspreiden en ze wist hoe ze zichzelf tegen het virus kon beschermen. Om HIV besmetting te voorkomen koos zij ervoor om trouw te zijn aan haar man. Echter, trouw zijn aan een partner is alleen een effectieve preventie methode wanneer de partner ook trouw is. Dat was voor deze vrouw helaas niet het geval. Ondanks haar trouw, is ze besmet geraakt. Toch heeft ze haar man vergeven voor wat hij haar heeft aangedaan.

Niet alleen de vrouw is besmet geraakt, ook de jongste dochter is HIV positief. Dit betekent dat ook het kleine meisje dat naast haar moeder in bed is gekropen, het virus in haar bloed heeft. Wanneer de moeder HIV positief is kan zij het virus aan haar (nog ongeboren) kindje doorgeven. Er is een medicijn dat de kans van overbrenging van moeder naar kind beperkt. Helaas werkt dit medicijn niet in alle gevallen. Zowel de besmetting van de vrouw als de besmetting van het kleine meisje, laten zien dat niet alle mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun besmetting. Onschuldige mensen worden slachtoffer van deze gruwelijke ziekte.

De vrouw is verstoten door haar familie. Ze woonde met haar kinderen bij haar familie. Toen ze haar familie vertelde dat ze besmet was met het virus, hebben ze haar het huis uit gezet. Nu woont ze met haar vier kinderen in een ruimte van zo'n vierentwinig vierkante meter. Het gebeurt vaker dat familie, vrienden en buren niets te maken willen hebben met de besmette persoon. Maar gelukkig kan het ook anders. Er zijn naasten die de besmette personen wel die zorg en die steun geven die ze verdienen. De angst voor de reactie van anderen maakt dat mensen vaak niet open durven te zijn over hun status. Deze angst kan er zelfs voor zorgen dat ze zich niet willen laten testen voor de ziekte. Met alle gevolgen van dien...

De thuiszorgers van Mount Moriah bezoeken deze vrouw elke dag. Ze doen de afwas, vegen de vloer, geven haar te eten of wassen haar. Verder is ze de hele dag alleen met haar kinderen. De kinderen zijn nog te jong om naar school te gaan en de moeder is te ziek om voor de kinderen te zorgen. De oudste dochter is twaalf jaar oud. Zij gaat wel naar school. 's Ochtends voor ze naar school gaat maakt ze het eten klaar voor haar moeder, broertjes en zusje, zodat zij overdag te eten hebben. Ze komt 's avonds pas laat thuis, uit angst voor de jongens die haar lastigvallen. Of zij nog steeds vrij is van het virus is nog maar de vraag.

Ondanks alles zijn de kinderen ook gewoon kind. Wanneer we weggaan rent het kleine meisje ook naar buiten. Ze beantwoord mijn glimlach met een schaterlach.

dinsdag 16 september 2008

Mount Moriah brengt hoop in een uitzichtloze situatie

Letters vormen woorden, woorden vormen zinnen en zinnen vormen een verhaal met een betekenis. Zo logisch als het lijkt is het echter niet. Veel mensen kunnen van letters geen woorden, zinnen en verhaal maken. Voor hen hebben letters en woorden geen betekenis. Deze mensen zijn analfabeet. Veel mensen in de gemeenschap waar Mount Moriah werkt hebben nooit leren lezen en schrijven. Erger nog, ze zijn nooit naar school geweest. Ze hebben geen opleiding gehad om juffrouw te zijn of kapster of timmerman of… Veel van hen zijn werkloos, want zonder opleiding is het moeilijk om een van de schaarse banen te bemachtigen. En zij die werk hebben, werken voor een hongerloontje. De gemeenschap waarmee Mount Moriah werkt is arm. Armoede houdt in dat je elk dubbeltje om moet keren en zelfs dan nog niet rond kunt komen. Mount Moriah geeft deze mensen een steuntje in de rug. Een steuntje in de rug dat bedoeld is om mensen te leren om op eigen benen te staan.

Mount Moriah is een van de organisaties die ondersteund wordt door Dorcas. Deze organisatie zet zich in KwaZulu-Natal in om de levensomstandigheden van ruim tweeduizend mensen te verbeteren. Tot een paar jaar geleden woonden deze mensen in sloppen op het platteland. De overheid heeft toen besloten om huizen van steen voor hen te bouwen. Hoewel de huizen sober en klein zijn, is het beter dan de variant van planken en golfplaten. Ondanks de nieuwe huizen zijn er nog veel problemen waarmee de gemeenschap te kampen heeft. Mount Moriah heeft aandacht voor al deze problemen.

Zoals gezegd kunnen veel mensen niet lezen en schrijven en hebben velen geen opleiding gevolgd. Mount Moriah geeft vaardigheidstrainingen aan volwassenen. Met de vaardigheden die de mensen leren, hebben ze meer kans om een inkomen te verdienen. Voor mensen die hun eigen groenten willen verbouwen stelt Mount Moriah grond en zaden beschikbaar. Daarnaast werkt Mount Moriah ook met de jongere generatie. De kinderen tot zes jaar worden opgevangen in de crèche. Hier leren ze onder andere de letters en de cijfers en belangrijke normen en waarden. Op deze manier worden ze voorbereid op de basisschool. Hoewel de kosten van de basisschool (ongeveer vijf euro per jaar) en de middelbare school (ongeveer vijftig euro per jaar) niet hoog lijken, kunnen veel ouders zich deze bijdrage niet veroorloven. Mount Moriah steunt deze kinderen door het betalen van het schoolgeld, het uniform en de bus. Met een goede opleiding is de kans groter dat deze kinderen in de toekomst zichzelf kunnen onderhouden. Verder krijgt een groot aantal kinderen van de crèche en de basisschool elke dag onbijt en lunch van Mount Moriah. Of ze ook een derde maaltijd per dag krijgen is de vraag…

Veel mensen in de gemeenschap zijn ziek. Bijna iedereen kent bijvoorbeeld wel iemand met HIV/AIDS, ondanks dat veel mensen niet openlijk voor hun status uit durven te komen uit angst voor stigmatisering. Mount Moriah besteedt zowel aandacht aan de preventie van nieuwe besmettingen als aan zorg voor mensen die al ziek zijn. Mensen die al ziek zijn kunnen thuiszorg, medicijnen, eten en psychosociale hulp krijgen. De preventie activiteiten zijn breed. Zowel het eigen personeel, de kinderen, de jongeren als de volwassenen worden bereikt. De mensen worden voorgelicht over hoe HIV zich verspreid en hoe dat voorkomen kan worden (bijvoorbeeld geen sex voor het huwelijk, trouw zijn aan een partner en het gebruiken van condooms). Daarnaast is er aandacht voor normen, waarden, destigmatisering en het promoten van openheid over de ziekte. Armoede en cultuur bemoeilijken de preventie activiteiten. Armoede maakt mensen kwetsbaar: meisjes die met oudere mannen slapen voor geld; gebrek aan vertrouwen in de toekomst maakt mensen roekeloos. Cultuur kan voor en tegen HIV/AIDS preventie werken. Hier lijkt cultuur vooral HIV/AIDS verspreiding te stimuleren: mannen slapen vaak met meerdere vrouwen; de vrouw is ondergeschikt aan de man; de man wil geen condooms gebruiken; mensen geloven dat traditionele genezers HIV/AIDS kunnen genezen; spreken over HIV/AIDS is een taboe enz enz enz…

Dit zijn, welliswaar in een notendop, de uitdagingen waarmee Mount Moriah elke dag te maken heeft. De uitdaging wordt aangegaan. Elk lachende gezicht, elke maaltijd, elke oogst, elk diploma en elke nieuwe baan brengt hoop. Hoop dat een beter leven mogelijk is. Hoop dat op een dag de mensen op eigen benen kunnen staan en dat dan het steuntje in de rug niet meer nodig zal zijn.

donderdag 11 september 2008

Bijzondere mensen bestaan


Deze jongen lijkt op het eerste gezicht een doodgewone jongen van een jaar of zeven. Echter, hij is alles behalve gewoon. Samen met zijn overgrootmoeder en een ‘childminder’ was hij bij Mount Moriah, waar ik aan hem en zijn overgrootmoeder werd voorgesteld vanwege zijn opmerkelijke verhaal.

In Zuid-Afrika, waar veel jonge mensen sterven aan HIV/AIDS, is een persoon van meer dan tachtig jaar oud een grote uitzondering. De overgrootmoeder van deze jongen is een van de gelukkigen. Alleen haar gerimpelde gezicht en haar ietwat stijve bewegingen verraden dat ze niet meer de jongste is. Deze vrouw, die haar kinderen en kleinkinderen heeft zien sterven, voedt nu deze jongen op. Met een gezicht dat van onbegrip en ongeloof spreekt, vertelt de overgrootmoeder dat de gemeenschap haar ervan probeerde te overtuigen de jongen bij Mount Moriah te ‘dumpen’ nadat zowel de grootouders als de ouders van de jongen waren overleden.

Wanneer de overgrootmoeder de jongen iets wil zeggen prikt ze met een vinger in zijn borst om zijn aandacht te trekken. De jongen kijkt naar haar, maar zegt niets: hij kan horen noch praten. Sinds kort gaat hij naar een speciale school waar aandacht en begrip is voor zijn beperking. Hoewel deze school er niet voor kan zorgen dat hij kan horen, heeft hij de afgelopen tijd wel geleerd een paar woorden te praten. Hij is echter te verlegen om dat te demonstreren.

Terwijl we staan te praten trekt iemand de muts van zijn hoofd en wijst. Daar bij zijn oor en de haargrens zijn allemaal bultjes te zien. ‘Kijk, dat komt van de AIDS’. Drie maanden geleden, na lang aandringen bij de overgrootmoeder, is de jongen getest voor HIV. De uitslag was positief. Vandaag komen ze de eerste dosis medicijnen ophalen, wetende dat hij deze voor de rest van zijn leven zal moeten gebruiken, ongeacht de bijwerkingen.

De overlijdensaktes van de ouders van de jongen laten niet zien dat ze aan AIDS zijn overleden. In theorie is AIDS niet een ziekte waar je aan overlijdt. HIV is een virus dat het immuunsysteem van een besmet persoon verzwakt, waardoor een besmet persoon makkelijk allerlei ziektes krijgt. Het immuunsysteem is niet in staat om deze ziektes te verslaan. Daarom overlijden mensen met AIDS uiteindelijk aan bijvoorbeeld tuberculose. Het is hoogstwaarschijnlijk dat de ouders van de jongen wel aan AIDS zijn overleden. De jongen kan bij zijn geboorte de besmetting van zijn moeder hebben gekregen. Zijn moeder heeft het misschien van zijn vader gekregen. En van wie heeft zijn vader het gekregen? En aan wie hebben ze het verder doorgegeven?

Mount Moriah is een van de partner organisaties van Dorcas. De organisatie zet zich in om de levenststandaard voor hen die geinfecteerd zijn met HIV/AIDS te verbeteren en het aantal nieuwe infecties te verminderen. Voor deze jongen heeft de organisatie gezorgd voor een televisie. Een televisie is een luxe die veel mensen in de gemeenschap zich niet kunnen veroorloven. Voor de jongen brengt de televisie afleiding en een manier om te leren. Mount Moriah zorgt er daarnaast voor dat de jongen de medicijnen krijgt die hij nodig heeft. Om te voorkomen dat de situatie van de jongen verslechtert, moet hij verschillende medicijnen op verschillende tijdstippen innemen. De organisatie heeft de overgrootmoeder dat geleerd. Ze weet ook dat ze de grootste pillen het beste met jam of pindakaas kan geven… Verder hebben de overgrootmoeder en de jongen een ‘childminder’ toegewezen gekregen. Deze childminder heeft de taak om de jongen in de gaten te houden. Zij moet niet alleen controleren of hij zijn medicijnen op tijd krijgt, maar ook dat zijn nagels worden geknipt.

Met een tas vol pillen, drie bananen, een half pak koekjes en een blok hout voor de kachel vanavond, gaan de overgrootmoeder en de jongen op weg. Ze gaan een onzekere toekomst tegemoed. Gelukkig hebben ze elkaar.

dinsdag 2 september 2008

Partners leren beter te zorgen voor kinderen

Dorcas voert niet zelf projecten uit, maar ondersteunt lokale partnerorganisaties die de projecten runnen. De mensen die voor deze organisaties werken kennen de gemeenschap waarin ze werken, de cultuur en de taal. Zij zijn daarom beter uitgerust om het werk te doen dan een buitenstaander die, met de beste bedoelingen, een helpende hand wil bieden. De uitdaging is echter dat niet alle mensen die voor de partnerorganisaties werken een gedegen opleiding hebben gehad. Ze zijn begaan met het lot van hun medemens, maar hebben niet alle kennis en vaardigheden om optimale hulp te bieden. Om deze mensen beter uit te rusten voor het werk dat ze doen, organiseert Dorcas ondersteunende trainingen.

Vorige week waren de (potentiele) partnerorgansaties van Dorcas in Zuid Afrika en Lesotho uitgenodigd om een trainingsweek bij te wonen over weeskinderen en anderzins kwetsbare kinderen. Het aantal weeskinderen en kinderen dat binnen niet al te lange tijd wees zal worden is gigantisch. De HIV/AIDS epidemie is een belangrijke oorzaak daarvan. Weeskinderen moeten niet alleen het verlies van hun ouder(s) verwerken, maar hebben vaak ook andere moeilijkheden. Ze moeten voor jongere broertjes en zusjes zorgen terwijl ze zelf nog kind zijn. Ze kunnen niet meer naar school, omdat er geen geld is voor uniformen en schoolspullen. Ze moeten geld verdienen om überhaupt in leven te blijven. Kinderen kunnen kwetsbaar zijn om uiteenlopende redenen. Hoewel Zuid Afrika op economisch gebied met kop en schouders boven veel Afrikaanse landen uitsteekt, zijn veel huishoudens arm. Een leven in armoede maakt kinderen bijvoorbeeld kwetsbaar. Ze hebben honger, minder kans op een goede opleiding, meer kans om gepest te worden, meer kans om misbruikt te worden etc.

Een breed scala onderwerpen is afgelopen week de revue gepasseerd. Van culturele tradities rond de dood, het uitleggen van de dood aan kinderen en het rouwproces tot counseling, het aanleggen van een tuin en het stimuleren van zelfvertrouwen.
In het algemeen worden kinderen hier niet bij de dood van hun ouders betrokken. Hoewel het belangrijk is om eerlijk en open te zijn over de dood, is dat hier niet vanzelfsprekend. Kinderen worden vaak onwetend gehouden. Ze worden bijvoorbeeld bij buren of familieleden gebracht tot de begrafenis achter de rug is.
In de training is veel aandacht besteed aan counseling. Bij counseling gaat het erom dat het kind gaat praten. Er zijn verschillende technieken en hulpmiddelen om een kind aan het praten te krijgen. De deelnemers aan de training hebben kennis gemaakt met verschillende technieken en hulpmiddelen om met een kind te communiceren. Bijvoorbeeld door een kind een tekening te laten maken van ‘het monster in zijn/haar leven’ wordt het makkelijker om een gesprek te hebben over datgene/diegene waar hij of zij bang voor is. De partnerorganisaties doen counseling. Deze training heeft hen het gereedschap gegeven om hun counseling te verbeteren. Counseling is niet iets wat je zomaar kunt. Het vergt kennis, tijd en inzet om dit goed onder de knie te krijgen.
Kinderen die hun ouders hebben verloren moeten vaak voor zichzelf zorgen. In de training is een demonstratie gegeven van het aanleggen van een tuin die voor kinderen geschikt is. De ‘tuin’ is een grote zak die gevuld is met mest, compost en grond. Groente kan geplant worden in gaten in de zak. Twee frisdrankflessen gevuld met water zorgen ervoor dat de grond nat blijft. In deze tuin groeit geen onkruid en slechts eens per week moeten de waterflessen bijgevuld worden. Bovendien kan de tuin makkelijk verplaatst worden. Het verbouwen van groente door kinderen kan op deze manier bijna niet mislukken. Het eten van groente draagt bij aan het voorkomen van een gebrek aan vitamine A.

Wanneer je als zorgverlener zelf problemen hebt, kun je onmogelijk optimale zorg bieden aan kinderen. Hoewel de kinderen de primaire focus van de training waren, was er ook uitgebreide aandacht voor de zorgverleners zelf. Hoe ga je om met je eigen tegenslagen in het leven? Hoe zorg je goed voor jezelf? Door activiteiten die anders met kinderen worden gedaan, hebben de deelnemers aan de training geleerd om over hun eigen problemen te praten. Bijvoorbeeld door het tekenen van ‘de weg van mijn leven’, werden de deelnemers gestimuleerd om over de moeilijkheden in hun leven te praten. Voor mij was het schokkend om als westers meisje uit een fijn gezin, met leuke vrienden en een goede opleiding te horen dat bijna alle deelnemers aan de training de meest verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt. Zoals een vrouw mij vertelde: ‘Ik was zelf een kwetsbaar kind’. Ze groeide op in een arm gezin. Haar beide ouders waren ziek en hadden geen werk. Door te werken voor mensen in de buurt, verdiende ze eten voor haar ouders, broer en zus. Echter, niet altijd werd haar werk beloond. Soms werd ze na het werk zonder beloning naar huis terug gestuurd. Op haar dertiende werd ze verkracht en belandde daarna in de prostitutie. Zo verdiende ze geld om het gezin te kunnen onderhouden. Uiteindelijk is het haar gelukt om uit de prositutie te komen en naar school te gaan. Nu zet ze zich in voor mensen in de samenleving die minder geluk hebben gehad dan haar. Uit haar geloof haalt ze de kracht om door te gaan.

De deelnemers aan de training hebben kennis en ervaringen opgedaan die ze in hun werk toe kunnen passen. Door ervaringen met elkaar te delen en te spreken over manieren om het werk te verbeteren, hebben de deelnemers nieuwe motivatie opgedaan om aan het werk te gaan. De belangrijkste boodschap die de deelnemers mee naar huis nemen is misschien wel dat het niet hun taak is om alle problemen van de kinderen op te lossen. Wat de kinderen nodig hebben is vertrouwen en liefde. Het kind moet weten dat het gewenst en bijzonder is, ongeacht de omstandigheden.