donderdag 27 november 2008

Goede communicatie is cruciaal voor HIV/AIDS preventie


In een drie-daagse workshop over HIV/AIDS preventie hebben de Dorcas partners in Zuid-Afrika, Lesotho en Zimbabwe kennis gemaakt met verschillende communicatie methoden. Het is een van de milleniumdoelen dat in 2015 de verspreiding van HIV/AIDS is gestopt en zelfs is teruggedrongen. Gedragsverandering is moeilijk, maar noodzakelijk, om dit doel te bereiken. Daarom is het belangrijk dat de partners leren wat effectieve en minder effectieve communicatie methoden zijn.

Hoewel mensen het vaak moeilijk vinden om openlijk over sex, condooms en HIV/AIDS te praten, was de sfeer open en relaxt. Er werd veel gelachen en geleerd.
Tijdens de workshop hebben verschillende partners hun preventiewerk gedeeld. Een van de partners organiseert vooral HIV/AIDS preventie activiteiten voor jongeren. Om te begrijpen wat de impact is, kropen we in de huid van de kinderen en deden onder andere de ‘bubblegum song’, sproken over sexuele voortgang (van handen vasthouden tot sex) en een HIV/AIDS kennis test. Het is beter niet alleen te horen maar ook om te ervaren.
Een andere partner organisatie is erg open over condoom gebruik. Deze partner heeft andere partners die minder open daarover zijn, minder kennis daarvan hebben en geen demonstraties doen, laten zien hoe zij zowel de mannen als de vrouwen condoom demonstreren. Demonstratie is effectiver dan alleen vertellen. Wanneer mensen zien wat gebeurt en wanneer ze het zelf kunnen proberen, leren mensen de vaardigheden die nodig zijn om condooms ook zelf te kunnen gebruiken.
Niet alleen Dorcas-partners, maar ook andere organisaties waren uitgenodigd om hun communicatie over HIV/AIDS preventie te laten zien en daarover te vertellen. Een vrouw die werkt voor de Treatment Action Campaign (TAC) vertelde over haar HIV positieve status, haar bemetting, het belang van een HIV test en haar positeive houding. Nu, bijna vijftien jaar later, is ze nog steeds getrouwd met de man die haar besmet heeft. Een persoonlijk verhaal van iemand die vertelt over zijn of haar eigen ervaringen maakt een veel grotere impact dan iemand die alleen kennis uit de boeken en van andermans verhalen heeft. Deze vrouw is een positief voorbeeld: als zij kan testen, kan ik het ook; als zij positief kan leven, kan ik het ook; en als zij HIV van haar eerste sex-partner kan krijgen, loop ik ook een risico...
Soul City is waarschijnlijk de meest bekende organisatie in Zuid-Afrika die aan HIV/AIDS preventie werkt. Deze organisatie gebruikt onder andere drama’s op televisie, talkshows op de radio en tijdschriften om mensen voor te lichten over HIV/AIDS. Er werd niet alleen gesproken over materialen (zoals tijdschriften) maar ook over het belang van onderzoek. Preventie activiteiten zijn effectiever wanneer ze gebaseerd zijn op onderzoek. De Dorcas partners hebben (vrijwel) geen onderzoek gedaan voor ze hun preventie activiteiten begonnen. Het is belangrijk dat ze zich het belang daarvan realiseren.
Themba HIV/AIDS Organisation was uitgenodigd om te laten zien en uit te leggen hoe zij gebruik maken van drama in hun preventiewerk met jongeren en volwassenen. De drama’s zijn niet compleet. Het publiek heeft de kans om vragen te stellen aan de spelers over hun gedrag en beslissingen. De drama’s zijn herkenbaar en integreren verschillende HIV/AIDS gerelateerde onderwerpen (zoals HIV test, openheid tussen ouders en kinderen en steun voor een besmet persoon). Mensen leren meer door actieve deelname aan de drama’s dan door alleen passief luisteren, ook al is drama alleen al een leuke manier om te leren.

Preventie van HIV/AIDS is niet makkelijk. De partners doen hun best, maar de weg is niet zonder obstakels. De partners realiseren zich nu dat het belangrijk is om een preventie strategie te hebbwen. De preventie activtieten moeten een samenhangend geheel zijn om de doelen te kunnen bereiken. Daarnaast hebben de partners ideen en contacten opgedaan om hun werk te verbeteren.

Als een HIV infectie ‘slechts’ één van de problemen is


Het kleine meisje zit in de keuken met een bord met bonen tussen haar benen dat haar zus voor haar heeft klaargemaakt. Hun moeder is HIV positief en vaak te ziek om te werken. Het zeven-jarige meisje zorgt dan voor haar moeder en haar kleine zusje. Beide meisjes zijn niet besmet met HIV.

Het gezin heeft het niet makkelijk. De moeder staat er alleen voor naded de vader na een lang ziekbed bijna een jaara geleden is overleden. Waarschijnlijk heeft hij zijn vrouw besmet met HIV en is hij zelf aan de gevolgen van AIDS overleden, maar hierover wordt niet gesproken.

Nadat haar man was overleden besloot de moeder een HIV test te laten doen. Ze heeft de familie van haar man verteld dat ze besmet is. Zelf groeide ze op zonder vader en heeft ze nu geen directe family meer. De familie van haar man komt haar niet meer opzoeken nu ze weten dat ze HIV positief is. Naast de familie heeft ze ook twee buren in vertrouwen genomen. Gelukkig steunen deze buren haar wel.

Als de moeder zich goed genoeg voelt werkt ze in de tuin achter haar huis. Daar verbouwt ze groenten, mais, bonen en kruiden. De kruiden gebruikt ze om haar eigen opportunistisch infecties en de ziekten van anderen te behandelen. In een tijd waar ziekenhuizen sluiten en medicijnen niet beschikbaar of onbetaalbaar zijn is het gebruik van kruiden de enige optie om het lijden te verzachten.

De moeder heeft het moeilijk om elke dag voldoende eten in huis te hebben om zichzelf en haar dochters te voeden. Gezien de armoede van het gezin, de torenhoge inflatie en het feit dat mensen vrijwel geen geld uit de bank kunnen helen is dit niet verwonderlijk. Gelukkig hoeft ze geen huur te betalen voor het huis en draagt ze alleen bij aan de kosten voor water en electriciteit.

Victory Tabernacle, een Dorcas partner in Zimbabwe, moedigt de vrouw aan om naar de ‘support group’ te komen. Van deze support group kan ze psychosociale steun krijgen en ook practische hulp wanneer ze zich zich voelt. Op die manier wordt de last op de schouders van de dochter verlicht en kan ze gewoon naar school blijven gaan. Wanneer de container met eten en kleding aankomt in december zal de baby nieuwe kleren krijgen.

Als de verpakking belangrijker is dan de inhoud


Terwijl ik met zijn moeder sta te praten, grijpt de tien-jarige Takunda naar de doos met winegums die ik in mijn handen heb. In een land als Zimbabwe, waar mensen de grootste moeite moeten doen om eten te bemachtigen, zijn winegums een grote luxe. De grijpgrage handen zijn dan ook geen wonder. Maar er is meer aan de hand. Na nog twee winegums stelt zijn moeder voor dat het de jongen misschien om de doos te doen is. En ja hoor: ik heb nog nooit een kind zo uit zijn dak zien gaan van een lege doos.

Takunda is dan ook geen ‘doorsnee’ jongen: hij kan niet praten en niet lopen. Als zijn moeder tegen hem praat ziet ze aan zijn ogen of hij haar begrijpt of niet. In de stad is een school voor gehandicapte kinderen. Toch gaat Takunda daar niet naartoe en is het zijn moeder die hem met behulp van plaatjes en verhalen het een en ander probeert te leren. Takunda kwalificeert zich niet voor de school, omdat hij onder andere niet in staat is om zelfstandig naar de wc te gaan en omdat er geen personeel is dat zijn rolstoel kan duwen…
Zo nu en dan krijgt Takunda fysiotherapie. In de (lange) tijd tussen twee sessis probeert zijn moeder zoveel mogelijk met hem te oefenen. Hij kan nu zelfstandig staan en misschien dat hij op een dag, als zijn botten sterk genoeg zijn, zal kunnen lopen. Nu beweegt hij zich in en rond het huis nog kruipend voort.

Takunda is gezond geboren. De problemen begonnen toen hij een jaar en vier maanden oud was. Een combinatie van malaria, pneumonia en meningitis hebben een gezonde jongen veranderd in een jongen die meer aandacht en speciale zorg nodig heeft. Zijn moeder werkte in die tijd als naaister en besloot ontslag te nemen om voor haar zoon te kunnen zorgen. Dit, en het feit dat de jongen medicijnen en speciaal en duurder eten nodig heeft, drukken zwaar op de financiele situatie van het gezin. Takunda zijn vader besloot daarom acht jaar geleden om zijn vrouw en kind in de steek te laten. Hij is nu hertrouwd en heeft een baan.

Takunda zijn moeder daarentegen, doet nu in haar eentje haar uiterste best om de eindjes aan elkaar te knopen en om voor haar zoon te zorgen. Voor dag en dauw gaat ze op pad om brandhout te verzamelen. Als Takunda wakker wordt neemt ze hem mee naar de kant van de weg waar ze het brandhout verkoopt. Daarnaast neemt ze alle werk dat ze kan krijgen met beide handen aan. Zo gebeurt het dat ze Takunda op haar rug bindt om een dag op het veld te gaan werken. Maar zelfs met al het harde werken lukt het niet altijd om de eindjes aan elkaar te knopen en moet ze alsnog geld lenen.

Een deel van het verdiende geld wordt besteed aan de huur voor het ‘huis’. Het huis is een hutje van planken van drie bij drie meter. De helft van het huis is gevuld met bed en in de andere helft staat een tafeltje met wat kookgerei en eten. De kleerhangers die aan een plank hangen zijn zo goed als leeg. Een bordje met de tekst ‘home sweet home’ hangt naast de deur: hoewel het huis amper een huis te noemen is, is het voor Takunda en zijn moer hun thuis.

Takunda is anders dan de andere kinderen. Voor de buren, maar soms ook voor zijn moeder, is dat moeilijk te accepteren. De buren negeerden Takunda in het begin en verboden hun kinderen om met hem te spelen. Gelukkig is de houding van de buren in de loop van de tijd wat verbeterd. Toch heeft Takunda geen vriendjes en vriendinnetjes, omdat hij niet begrijpt hoe hij contact kan maken met anderen.

In Zimbabwe zijn mensen niet verzekerd tegen situaties als die van Takunda en zijn moeder: mensen zijn op zichzelf aangewezen. Takunda en zijn moeder hebben geluk dat ze dichtbij ‘Victory Tabernacle’wonen. Dorcas ondersteunt deze partnerorganizatie met geld, kennis en training. Op het moment is de partner bezig vaardigheidstrainingen op te zetten waarmee mensen in de gemeenschap op lange termijn een inkomen kunnen verdienen. Eén van de trainingen is om vrouwen te leren naaien. Na de cursus kunnen de vrouwen gebruik blijven maken van de naaimachines zodat ze met naaien hun brood kunnen verdienen. Deze activiteit is bedoeld voor vrouwen zoals de moeder van Takunda. Op die manier brengt Victory Tabernacle een lichtpuntje in een, op het eerste gezicht, uitzichtloze situatie.

Zimbabwe: waar een milionair nog geen brood kan kan kopen


Meer dan drie maanden geleden werd er op het hoofdkantoor van Dorcas al gesproken over noodhulp aan Zimbabwe. Het geld was al beschikbaar, maar er moest nog een manier gevonden worden om of het geld of the eten het land binen te krijgen. Pas nu, ruim drie maanden later, heeft de partner een voorstel ingediend voor de noodhulp omdat de overheid wat flexibler begint te worden met het importeren van eten.

Waarom heeft Zimbabwe de hoodhulp nodig? Vooral de economische situatie is een probleem. Dagelijks doen mensen groe moeite om aan geld en eten te komen. De inflatie is gigantisch en de bedragen zijn astronomisch. Betaalde je gister nog twee miljoen voor vijf broden, dan krijg je vanochtend nog vier broden voor dezelfde prijs terwijl een paar uur later een brood al 1,1 miljoen kost. De windels die not producten in de schappen hebben openen niet voor negen uur omdat ze eerst de prijzen aanpassen. Als eht eten er al is, is het geld het volgende probleem. Er is geen bank te vinden waar niet een lange rij mensen op straat staat te wachten op hun beurt. Mensen staan soms de hele dag in de rij voor hun 50.000 Zimbabwe dollars. Iedereen kan dagelijks maximaal 50.000 dollars opnemen. Anders dan in Nederland betaalt men in Zimbabwe alles cash. In de rij voor de bank lijkt daarom de enige optie. Toch betekent dat dat je aan het einde van de dag nog geen helf brod kunt kopen. Maar de mensen zijn vindingrijk. Ze gaan bijvoorbeeld naar Zuid Afrika voor boodschappen of ze kopen Zimbabwe dollars op de zwarte mark of van een winkel dat Amerikaanse dollars accepteerd. De situatie is verwarrend: de een wil Amerikaanse dollars terwijl de ander alleen Zimbabwe dollars accepteerd. Het is de kunst om Zimbabwe dollars zo kort mogelijk op zak te hebben omdat ze morgen minder waard zijn. Maar ook de waarde van de Amerikaanse dollar daalt. Dat is te wijten aan de diamantindustrie rond Mutare. De diamanthandelaren willen alleen Amerikaanse dollars waardor die zo overvloedig aanwezig zijn dat zelfs de waarde daarvan daalt. Howel de Amerikaanse dollar waardevaster is dan die van Zimbabwe is het geen optie om de dollars in de bank te hebben. De overheid kan zomaar je bankrekening leeghalen zodat je niets meer over hebt. In het algemeen hebben menen het geld liever cash in huis dan in de bank. Het geld vermindert toch in waarde, ongeacht de plaats, dan is het beter om geld in huis te hebben want je kunt het toch niet uit de bank halen. De realiteit is dat mensen met een tas naar de winkel gaan: niet voor boodschappen maar voor het geld.

Deze financiele problemen komen nog bovenop de problemen die de mensen al hebben. Veel mensen leven in armoede en hebben onder ‘normale’ omstandigheden als de grootste moite om de eindjes aan elkaar te knopen. De financiele situate is de welbekende druppel. Mensen hebben honger en op het platteland sterven mensen daar al door. De geruchten gaat dat ze mieren en spinen eten om in leven te blijven. Dan is het nog een lange tijd voor de volgende oogst in april binngnegehaald kan worden...

maandag 3 november 2008

Een granny wacht op adoptie


Het leven in de bergen is zwaar. De natuur is grimmig en de stad ver weg. Dit leven, waarin overleven voorop staat, is de dagelijkse realiteit van veel Basotho. In de bergen van Lesotho zijn de mensen op zichzelf aangewezen. Ze verbouwen hun eigen voedsel en helpen elkaar wanneer het nodig is.

Dorcas ondersteunt een project in Semonkong. Semonkong is een gebied in de bergen van Lesotho. Het project helpt onder andere de mensen met het vergroten van hun voedselzekerheid, werkt aan HIV/AIDS preventie en zorgt voor de ouderen en de kwetsbare kinderen. Op het moment worden 62 grannies (opa’s en oma’s) en 132 kwetsbare kinderen geholpen. Zij krijgen maandelijks een pakket met eten en kleding.

De vrouw op de foto is een granny. Zij wacht op hulp. Af en toe krijgt ze eten van het project, maar er is nog geen donor die haar heeft ‘geadopteerd’. Een paar jaar geleden heeft de vrouw haar man verloren. Ze is HIV positief en drinkt veel alcohol. Deze twee dingen gaan slecht samen. Iemand die HIV positief is moet gezond eten en drinken. De vrouw is arm. Wanneer er geen geld is, gaat ze zonder eten naar bed. Ze krijgt geen AIDS-remmers. AIDS-remmers moeten gebruikt worden in combinatie met eten en dat is onmogelijk wanneer er geen eten is.

Deze granny woont samen met haar dochter en twee kleinkinderen. De dochter is HIV positief, maar haar kinderen zijn niet getest. Het is niet zeker of de kinderen het virus in hun bloed dragen of niet. Als de moeder besmet was voor de kinderen geboren werden, kunnen de ook de kinderen besmet zijn. De beide vrouwen zijn niet open over hun HIV positieve status. Mensen in hun omgeving weten niet dat zij besmet zijn met het virus. De vrouwen ontkennen en negeren het feit dat ze het virus bij zich dragen.

De kleinkinderen zijn vier en negen jaar oud. De jongste heeft de leeftijd om naar de ‘pre-school’ te gaan. Echter, dit gezin heeft niet het geld om hem daarnaar toe te laten gaan. Daarom speelt de jongen de hele dag buiten. De oudste jongen is een herder. Hij past overdag op andermans dieren. Elke avond gaat hij naar school. Deze school is speciaal voor herders die overdag in het veld zijn. Het inkomen dat deze jongen verdiende, was het enige vaste inkomen dat het gezin had. Het inkomen van een herder varieert van R100 tot R150 per maand (R150 is iets meer dan € 10,-). Echter, de jongen heeft besloten om niet meer voor geld te werken. In plaats van een maandelijks salaris, krijgt hij aan het eind van het jaar een of meerdere dieren van zijn baas. De granny en haar dochter doen hier en daar klusjes om toch wat geld te verdienen. Ook al is dat niet veel.

De situatie ziet er sober uit: armoede en ziekte teisteren het gezin. Het huis waar dit gezin woont is erg klein. Er is niets dat op westerse invloeden wijst. Er is geen electriciteit en geen stromend water. Het wachten is op iemand die deze granny wil adopteren. Hoewel dat niet alle problemen oplost, is het wel een stap in de goede richting en een stap die hoop brengt.

Kamp voor weeskinderen en kwetsbare kinderen in Lesotho

Schoolreisjes, dagjes uit en vakanties zijn niet voor iedereen vanzelfsprekend. Een van de partnerorganisaties van Dorcas begrijpt dat. Zij organiseerden twee weken geleden een kamp voor de weeskinderen en de kwetsbare kinderen die ze helpen.

Het doel van het kamp was om met de kinderen te spreken over HIV/AIDS preventie. Het kamp was daarom vooral bedoeld voor kinderen van tien jaar en ouder. Echter, ook een groot aantal jongere broertjes, zusjes en verzorgers (dat kunnen ouders, grootouders of andere familieleden zijn) was erbij.

Wanneer Nederlandse kinderen op kamp gaan nemen ze vanalles mee: een rijkelijk gevulde toilettas, handoek, washandje, schone kleren, slaapzaak, luchtbed en natuurlijk de favoriete knuffel. De meeste kinderen van het kamp kwamen met een plastic zakje met een deken. Meer hebben ze niet of hebben ze niet nodig.

Het kamp begon op vrijdagavond en duurde tot zaterdagmiddag. Op vrijdag avond en zaterdag tussen de middag was er voor iedereen een warme maaltijd. De maaltijden waren uitgebreider dan de kinderen normaal gesproken eten. Er was niet alleen pap, maar ook groenten en vlees.

Op vrijdag avond en zaterdag ochtend werd er met de kinderen gesproken over HIV/AIDS preventie. De partnerorganisatie, Apostolic Faith Mission in Lesotho, benadrukt in haar preventie activiteiten dat het belangrijk is om geen sex te hebben voor het huwelijk. Dat is de enige 100% veilige manier om besmetting met HIV te voorkomen.

Het programma was interactief. De kinderen konden niet achteruit leunen en alleen luisteren. Er werd verwacht dat ze actief deelnamen aan de activiteiten. De kinderen hebben een film gekeken over HIV/AIDS. De film liet zien hoe een ondoordachte daad verstrekkende gevolgen kan hebben. Na afloop van de film was er tijd voor discussie. Je leert meer wanneer je samen kunt reflecteren en meningen uit kunt wisselen dan wanneer je alleen de film bekijkt.
Verschillende activiteiten maakten de kinderen ervan bewust dat het belangrijk is om geen sex te hebben voor het huwelijk. ‘If pillows could talk’ was een van de activiteiten. Deze activiteit laat zien dat wanneer je met iemand naar bed gaat, je eigenlijk met al zijn/haar vorige partners naar bed gaat. Je loopt het risico om elke ziekte op te lopen die zijn/haar partners ook hadden.

Zaterdagmiddag, na de lunch, was het tijd om kleding en eten uit te delen. Normaal gesproken worden er pakketen met kleding uitgedeeld. Helaas, aan het eind van het jaar heeft de partnerorganisatie alle kinderkleding al weggegeven. De kinderen mochten maximal twee kledingstukken uitkiezen voor een volwassene waarvan ze dachten dat hij of zij de kleding kon gebruiken. Ongeveer twintig kinderen krijgen elke maand een doos met eten. Deze twintig kinderen hebben zijn gekozen omdat zij het eten het hardste nodig hebben.

Met een doos met eten op het hoofd, kleding en hopelijk genoeg informatie en vaardigheden om de juiste keuzes te maken als het gaat sex, gingen de kinderen naar huis.

donderdag 16 oktober 2008

Alleen een HIV test geeft zekerheid


Ben je HIV positief? Hoe weet je dat zo zeker? Heb je je laten testen? De enige manier om erachter te komen of je HIV positief bent, is door een HIV test. Zolang je geen test hebt gedaan, kun je niet met 100% zekerheid zeggen dat je niet besmet bent met HIV.
In Nederland is de kans dat je HIV positief bent maar klein. In Zuid-Afrika is de kans groot. Testen is dan van levensbelang. Wanneer je op tijd weet dat je HIV positief bent, kun je daar met je levensstijl rekening mee houden. Wanneer je zeker weet dat je HIV negatief bent, kun je er alles aan doen om dat zo te houden.

St Francis benadrukt in hun preventie-activiteiten dat het belangrijk is om je te laten testen. Preventie is meer dan alleen voorkomen dat mensen besmet raken met HIV. Preventie is ook voorkomen dat mensen ‘voortijdig’ overlijden. Elk individu dat overlijdt is een vader, moeder, broer, zus, kind, kleinkind etc. Elke voortijdige dood moet voorkomen worden, omdat niemand gemist kan worden. Wanneer je weet dat je HIV positief bent, kun je met een positieve levensstijl, en zonodig de juiste medicatie, nog steeds een lang en gelukkig leven lijden.

St Francis bezoekt scholen, kerken en bedrijven om voorlichting te geven over HIV/AIDS. Een groot aantal onderwerpen gerelateerd aan HIV/AIDS komt aan de orde. Aan het einde van de voorlichting hebben de mensen de mogelijkheid om zich te laten testen. De ervaring leert dat veel mensen dan beslissen om een test te laten doen. De mensen worden direct getest. De resultaten laten slechts een kwartiertje op zich wachten. Mensen hebben dan zekerheid, ongeacht de uitkomst van de test.

De man op de foto is een van de laatste werknemers van het bedrijf dat nog niet getest is. Op de dagen dat zijn collega’s voorlichting kregen en getest werden, werkte hij in de nachtdienst. Nu voelt hij zich een vreemde eend in de bijt: iedereen weet zijn of haar status, behalve hij. Wanneer een medewerker van St Francis het bedrijf bezoekt, wil ook hij getest worden.
De man vertelt dat hij getrouwd is en kinderen heeft. Zijn vrouw is HIV negatief. Ze weet dat hij zich vandaag zal laten testen. Voor hij trouwde heeft hij een aantal andere relaties gehad. Hij benadrukt echter dat dat lang geleden is. Sinds hij getrouwd is, is hij trouw aan zijn vrouw. Ze gebruiken geen condooms. Toch zegt de man dat je niemand kunt vertrouwen. Hij is nu overdag aan het werk en hij weet niet wat zijn vrouw dan uitspookt. In hun huwelijk zijn ze open over HIV/AIDS. Hij lijkt er geen probleem mee te hebben dat zijn vrouw mogelijk vreemd gaat. Zolang ze maar een condoom gebruikt. Dat zegt hij haar ook.

Voor het bloed wordt afgenomen voor de HIV test, vindt een gesprek met een counselor plaats. De counselor legt de test-procedure uit en benadrukt dat de resultaten vertrouwelijk zijn. Wanneer je andere mensen niet wilt vertellen over de resultaten, hoef je daar niet over te praten. Mensen kunnen je er niet toe dwingen. Verder worden de voor- en nadelen van de test besproken. Wanneer je je status weet kun je of voorkomen dat je de ziekte oploopt of kun je op tijd medicatie krijgen. De test heeft echter ook nadelen. Wanneer je HIV positief bent, kan dat leiden tot afwijzing, stigmatisering, discriminatie, zelf-medelijden en eenzaamheid. De besmette persoon moet leren leven met deze gevolgen en met de infectie. De man lijkt te vertrouwen in een goede uitkomst van de test. Toch zegt hij dat hij zenuwachtig is.
Dan wordt het bloed afgenomen. Een klein prikje in de vinger en een paar druppels bloed zijn genoeg. Als de minuten verstrijken, wordt de uitkomst zichtbaar. Voor deze man pakt het goed uit: hij is niet besmet met HIV. De counselor benadrukt dat het belangrijk is om dat zo te houden. Hij moet trouw blijven aan zijn vrouw en altijd een condoom gebruiken als dat niet het geval is. Over drie maanden moet hij zich opnieuw laten testen, omdat net na de infectie het virus nog niet te zien is in het bloed. Ik verwacht dat de man een gat in de lucht springt als hij de uitkomst hoort. Maar hij neemt alles zoals het komt. Ook als de uitkomst anders was geweest…

zaterdag 11 oktober 2008

Never give up!

St Francis heeft afgelopen week het feest van Fransiscus van Assisi gevierd. Fransiscus van Assisi zorgde tijdens zijn leven voor de mensen en de dieren zoals hij dacht dat God het wilde. De organisatie St Francis is genoemd naar deze heilige. De organisatie zorgt voor de mensen die direct en indirect te maken hebben met HIV/AIDS, zoals ook Fransiscus van Assisi gedaan zou hebben.

In Nederland vieren we op vier oktober dierendag om deze heilige te herdenken. Een dag om deze heilige te herdenken, ziet er bij St Francis heel anders uit. Het zijn niet de honden en de katten die verwend worden op deze dag. In plaats daarvan wordt stil gestaan bij de ziekte HIV/AIDS. Studenten van verschillende basisscholen en middelbare scholen waren uitgenodigd voor een interactief programma.
De belangrijkste boodschap die de studenten mee naar huis hebben genomen is: never give up! Geef nooit op, hoe moeilijk het ook is. Hoe verwoestend de ziekte ook om zich heen slaat, geef nooit op. Houd genoeg van jezelf om een HIV test te laten doen. Geeft nooit op, zelfs niet als je weet dat je HIV positief bent. Wanneer je je status weet, kun je op tijd de juiste medicijnen krijgen en kun je jezelf en anderen beschermen tegen verdere verspreiding van het virus.
Een onderdeel van het programma was een jonge man die vertelde over zijn HIV positive status. Hij is nu 26 en weet al zes jaar dat hij HIV positief is. Hij waarschuwt de studenten om niet dezelfde fout te maken als hij heeft gemaakt. Hij moedigt de studenten aan om geen sex te hebben totdat ze oud genoeg zijn om deze belangrijke beslissing te nemen. Daarnaast vertelt hij ook dat ze altijd een condoom moeten gebruiken als ze wel beslissen om sex te hebben. Deze manier van leren wordt ‘role-modeling’ genoemd. Mensen zijn eerder geneigd te leren van iemand waarmee ze zich kunnen identificeren. Deze jonge man kan een voorbeeld zijn voor de studenten. Een voorbeeld om open te zijn over je HIV besmetting, om te wachten met sex tot je er klaar voor bent en om altijd een condoom te gebruiken. Als je dat voorbeeld niet volgt, is deze jongen het levende voorbeeld van wat er dan kan gebeuren. Een HIV besmetting is voor het hele leven. En dagelijks leven met dit virus is niet makkelijk.
Het meest belangrijke, en vooral opwindende, onderdeel van de ochtend was een discussie tussen studenten van vier middelbare scholen. Op het moment kunnen kinderen jonger dan veertien jaar niet zelfstandig beslissen of ze een HIV test willen laten doen. Ze hebben de toestemming en begeleiding van hun ouder(s) nodig. De studenten discussieerden over deze regel. Moet de leeftijdsgrens opgeheven worden? Of misschien zelfs verder omhoog? De meningen verschillen en de discussie was verhit. De ene kant neemt aan dat de ouders liefhebbend en zorgzaam zijn. De leeftijdsgrens is dan geen probleem, omdat de ouders het beste voor hun kinderen willen. Op basis van mijn onderzoeksresultaten tot nu toe, betwijfel ik of alle ouders zo liefhebbend en zorgzaam zijn. Veel ouders zijn niet eens open over hun eigen status of hebben nog nooit een test laten doen. Het andere kamp beargumenteert dat, wanneer je oud genoeg bent om te beslissen dat je sex hebt, je ook zeker oud genoeg bent om zelfstandig te beslissen of je een HIV test wilt laten doen. Echter, niet alle jongeren beslissen uit vrije wil dat ze sex willen hebben. Het aantal verkrachtingen in Zuid-Afrika is schrikbarend hoog. Daar komt nog bij dat een HIV test emotioneel zwaar is. Hoewel HIV geen doodstraf meer is, is het wel een chronische ziekte waar je de rest van je leven mee zult moeten leven.
Hoewel voor beide kanten wat te zeggen valt, kan er uiteindelijk maar een school de winnaar zijn. De winnende school heeft de geldprijs terug gegeven aan de kinderen van St Francis. St Francis zorgt voor meer dan dertig kinderen die direct of indirect te maken hebben met HIV/AIDS. ‘s Avonds voor het slapen gaan komt een dienblad met medicijnen binnen. Verschillende pillen en drankjes voor elk kind. Dit zijn de medicijnen die ervoor moeten zorgen dat het HI-virus het immuunsysteem niet verder aantast. Deze kinderen zijn besmet geraakt via hun moeder. Een kind kan besmet raken voor of tijdens de geboorte of door het drinken van moedermelk. De kinderen in de Rainbow Cottage hebben hun ouders verloren en/of hebben geen familie die voor ze kan zorgen. Afgelopen week werd een meisje van een maand oud door haar oma gebracht. De moeder is geestelijk gehandicapt en de oma is te oud om voor het kindje te zorgen. Nu woont ook zij in de Rainbow Cottage. Het geld van de discussie zal ook voor haar gebruikt worden.

vrijdag 3 oktober 2008

Community Care Project besteedt aandacht aan HIV/AIDS op scholen

Het meisje hangt de was op. Normaal gesproken gaat ze naar school, maar nu is het vakantie. Geen vakantie met uitstapjes naar het strand en de stad, maar een vakantie waarin ze thuis aan het werk is. Het lijkt haar niet te deren. Ze houdt ervan om naar school te gaan. Later wil ze advocaat worden. Zij is een van de studenten van het Community Care Project. Het project werkt in de townships van Pietermaritzburg. De scholen in de townships zijn op de hoogte van de problemen in de gemeenschap, maar niet in staat daar wat aan te doen. Het programma van CCP biedt uitkomst.

Het Community Care Project (CCP) is een van de organisaties die ondersteund wordt door Dorcas. Door middelbare scholen en kerken werkt de organisatie aan het verbeteren van de levenskwaliteit van de mensen met HIV/AIDS en het verminderen van het aantal nieuwe besmettingen. De grootste resultaten zijn te bereiken onder de jongeren. De meeste nieuwe besmettingen vinden plaats onder hen. Verder wordt door te werken met de schoolgaande jeugd, de hele gemeenschap bereikt.

Een eerste activiteit wordt georganiseerd voor de hele school. Omdat veel scholen niet een centrale hal hebben, wordt de bijeenkomst vaak buiten gehouden. De leerlingen uit alle klassen komen bij elkaar om te leren over HIV/AIDS. Er wordt verteld wat HIV/AIDS is, hoe het zich verspreid, hoe infectie voorkomen kan worden, dat het belangrijk is om een bloedtest te laten doen en wat de gevolgen van de epidemie voor de samenleving zijn.
Daarna richt CCP zich op de leerlingen van de tweede en derde klas van de middelbare school. Een van de vakken die de leerlingen krijgen, is levensbeschouwing. Tijdens dit vak worden verschillende maatschappelijke en sociale onderwerpen behandeld. Een van deze onderwerpen is HIV/AIDS. De aandacht voor HIV/AIDS in de landelijke methode is slechts beperkt. CCP neemt elke week een van de lessen in levensbeschouwing over van de ‘gewone’ leraar.

In de lessen van CCP wordt aandacht besteed aan HIV/AIDS. Er wordt zowel aandacht besteed aan de medische kant van de ziekte als aan de sociale kant. Vragen die aan de orde kokmen zijn: Wat doet HIV met het immuun systeem? Hoe voelt het om HIV positief te zijn? Hoe worden andere mensen beinvloed als ik HIV positief ben? Hoe kan ik mezelf beschermen? De belangrijkste boodschap van CCP is dat het belangrijk is om geen sex te hebben voor het huwelijk. Daarnaast is het belangrijk om trouw te zijn aan een partner die, net als jij, ook HIV negatief en trouw is. Er wordt ook over condooms gesproken. Condooms zijn niet 100% veilig, maar kunnen enige bescherming bieden. Wanneer er onzekerheid is over trouw of de HIV status, is het bijvoorbeeld goed om een condoom te gebruiken.
De lessen van CCP gaan niet alleen over HIV/AIDS. HIV/AIDS wordt in een breder kader geplaatst. De leerlingen leren ook over andere sexueel overdraagbare aandoeningen, over sex, over hun lichaam en hoe dat verandert tijdens de puberteit, en over wie ze zijn. Alleen aandacht voor HIV/AIDS is niet genoeg. Het is belangrijk de leerlingen te begrijpen en ze niet alleen de kennis te geven, maar ook het inzicht en de vaardigheden om de juiste beslissingen te nemen.
Tijdens het ophangen van de was vertelt het meisje dat ze de lessen van CCP leuk vindt. Het is leuker wanneer iemand van CCP komt om les te geven dan wanneer de gewone leraar het vak geeft. De leerlingen krijgen geen cijfer voor wat ze leren. Het doel is niet om feitjes te stampen, maar om leerlingen bewust te maken dat alleen zij kunnen belissen over hun eigen leven. Het lessen van CCP zijn interactief. Er is geen leraar die voor de klas staat en zijn of haar verhaal afdraait. Het zijn de leerlingen die moeten discussieren en rollenspelen moeten doen. De medewerker van CCP is er om dat process in goede banen te leiden en om aanvullende informatie te geven.

Door het intensieve contact met de leerlingen, bouwen de medewerkers van CCP een relatie op met de leerlingen. Er is een relatie van vertrouwen en openheid. De medewerkers van CCP leren over de thuissituatie van de kinderen. Van elk kind wordt informatie verzameld. De map van het meisje heeft een rode sticker gekregen: de thuissituatie is ernstig. Alle kinderen met een rode sticker op hun map krijgen thuis bezoek van CCP. Er wordt gesproken met de volwassenen, er wordt informatie verzameld en er wordt gekeken wat er voor het gezin gedaan kan worden.
Dit meisje heeft een paar jaar geleden haar beide ouders verloren. Nu woont ze met haar kleine broertje bij haar oom en tante in huis. Ook haar opa en oma wonen daar. Het huis is gemaakt van modder en mest, maar van binnen is het vrolijk roze en blauw geschilderd. De mensen zijn arm. We laten luiers en dekens achter, maar daar zal het niet bij blijven.

zondag 21 september 2008

HIV/AIDS maakt onschuldige slachtoffers


Ieder mens heeft zijn eigen verhaal. Zo ook de mensen op deze foto. Lees hun verhaal en heb respect voor hen.

Het is een frisse lente dag. De deur staat open en in het huisje is het koud. In een van de twee kamers staat een bed. De vrouw in bed is ziek. Ze komt de hele dag haar bed niet uit. Deze vrouw is een van de vele mensen met HIV/AIDS in de gemeenschap. Na een aantal gezonde jaren met het virus in haar bloed, is ze ziek geworden. Ze heeft nu AIDS.

Er zijn verschillende manieren waarop een persoon besmet kan worden met HIV. De meeste mensen worden echter besmet door onbeschermde sex met een persoon dat het virus bij zich draagt. Iemand kan zichzelf beschermen tegen besmetting. Deze preventie methoden worden aangeduid met ABC. De A staat voor Abstinence. Dit betekent dat een persoon ervoor kan kiezen om geen sex te hebben. De B staat voor Be faithful. Dit betekent dat een persoon 'slechts' een sexuele partner heeft. De C staat voor Condomise. Dit betekent dat HIV besmetting voorkomen kan worden door condooms te gebruiken. Dat dit ABC niet perfect is, illustreert het verhaal van deze vrouw.

Haar man is een paar jaar geleden overleden. Hij heeft haar achtergelaten met vier kinderen en een HIV besmetting. De vrouw was op de hoogte van het bestaan van HIV/AIDS. Ze wist zelfs hoe het virus zich kan verspreiden en ze wist hoe ze zichzelf tegen het virus kon beschermen. Om HIV besmetting te voorkomen koos zij ervoor om trouw te zijn aan haar man. Echter, trouw zijn aan een partner is alleen een effectieve preventie methode wanneer de partner ook trouw is. Dat was voor deze vrouw helaas niet het geval. Ondanks haar trouw, is ze besmet geraakt. Toch heeft ze haar man vergeven voor wat hij haar heeft aangedaan.

Niet alleen de vrouw is besmet geraakt, ook de jongste dochter is HIV positief. Dit betekent dat ook het kleine meisje dat naast haar moeder in bed is gekropen, het virus in haar bloed heeft. Wanneer de moeder HIV positief is kan zij het virus aan haar (nog ongeboren) kindje doorgeven. Er is een medicijn dat de kans van overbrenging van moeder naar kind beperkt. Helaas werkt dit medicijn niet in alle gevallen. Zowel de besmetting van de vrouw als de besmetting van het kleine meisje, laten zien dat niet alle mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun besmetting. Onschuldige mensen worden slachtoffer van deze gruwelijke ziekte.

De vrouw is verstoten door haar familie. Ze woonde met haar kinderen bij haar familie. Toen ze haar familie vertelde dat ze besmet was met het virus, hebben ze haar het huis uit gezet. Nu woont ze met haar vier kinderen in een ruimte van zo'n vierentwinig vierkante meter. Het gebeurt vaker dat familie, vrienden en buren niets te maken willen hebben met de besmette persoon. Maar gelukkig kan het ook anders. Er zijn naasten die de besmette personen wel die zorg en die steun geven die ze verdienen. De angst voor de reactie van anderen maakt dat mensen vaak niet open durven te zijn over hun status. Deze angst kan er zelfs voor zorgen dat ze zich niet willen laten testen voor de ziekte. Met alle gevolgen van dien...

De thuiszorgers van Mount Moriah bezoeken deze vrouw elke dag. Ze doen de afwas, vegen de vloer, geven haar te eten of wassen haar. Verder is ze de hele dag alleen met haar kinderen. De kinderen zijn nog te jong om naar school te gaan en de moeder is te ziek om voor de kinderen te zorgen. De oudste dochter is twaalf jaar oud. Zij gaat wel naar school. 's Ochtends voor ze naar school gaat maakt ze het eten klaar voor haar moeder, broertjes en zusje, zodat zij overdag te eten hebben. Ze komt 's avonds pas laat thuis, uit angst voor de jongens die haar lastigvallen. Of zij nog steeds vrij is van het virus is nog maar de vraag.

Ondanks alles zijn de kinderen ook gewoon kind. Wanneer we weggaan rent het kleine meisje ook naar buiten. Ze beantwoord mijn glimlach met een schaterlach.

dinsdag 16 september 2008

Mount Moriah brengt hoop in een uitzichtloze situatie

Letters vormen woorden, woorden vormen zinnen en zinnen vormen een verhaal met een betekenis. Zo logisch als het lijkt is het echter niet. Veel mensen kunnen van letters geen woorden, zinnen en verhaal maken. Voor hen hebben letters en woorden geen betekenis. Deze mensen zijn analfabeet. Veel mensen in de gemeenschap waar Mount Moriah werkt hebben nooit leren lezen en schrijven. Erger nog, ze zijn nooit naar school geweest. Ze hebben geen opleiding gehad om juffrouw te zijn of kapster of timmerman of… Veel van hen zijn werkloos, want zonder opleiding is het moeilijk om een van de schaarse banen te bemachtigen. En zij die werk hebben, werken voor een hongerloontje. De gemeenschap waarmee Mount Moriah werkt is arm. Armoede houdt in dat je elk dubbeltje om moet keren en zelfs dan nog niet rond kunt komen. Mount Moriah geeft deze mensen een steuntje in de rug. Een steuntje in de rug dat bedoeld is om mensen te leren om op eigen benen te staan.

Mount Moriah is een van de organisaties die ondersteund wordt door Dorcas. Deze organisatie zet zich in KwaZulu-Natal in om de levensomstandigheden van ruim tweeduizend mensen te verbeteren. Tot een paar jaar geleden woonden deze mensen in sloppen op het platteland. De overheid heeft toen besloten om huizen van steen voor hen te bouwen. Hoewel de huizen sober en klein zijn, is het beter dan de variant van planken en golfplaten. Ondanks de nieuwe huizen zijn er nog veel problemen waarmee de gemeenschap te kampen heeft. Mount Moriah heeft aandacht voor al deze problemen.

Zoals gezegd kunnen veel mensen niet lezen en schrijven en hebben velen geen opleiding gevolgd. Mount Moriah geeft vaardigheidstrainingen aan volwassenen. Met de vaardigheden die de mensen leren, hebben ze meer kans om een inkomen te verdienen. Voor mensen die hun eigen groenten willen verbouwen stelt Mount Moriah grond en zaden beschikbaar. Daarnaast werkt Mount Moriah ook met de jongere generatie. De kinderen tot zes jaar worden opgevangen in de crèche. Hier leren ze onder andere de letters en de cijfers en belangrijke normen en waarden. Op deze manier worden ze voorbereid op de basisschool. Hoewel de kosten van de basisschool (ongeveer vijf euro per jaar) en de middelbare school (ongeveer vijftig euro per jaar) niet hoog lijken, kunnen veel ouders zich deze bijdrage niet veroorloven. Mount Moriah steunt deze kinderen door het betalen van het schoolgeld, het uniform en de bus. Met een goede opleiding is de kans groter dat deze kinderen in de toekomst zichzelf kunnen onderhouden. Verder krijgt een groot aantal kinderen van de crèche en de basisschool elke dag onbijt en lunch van Mount Moriah. Of ze ook een derde maaltijd per dag krijgen is de vraag…

Veel mensen in de gemeenschap zijn ziek. Bijna iedereen kent bijvoorbeeld wel iemand met HIV/AIDS, ondanks dat veel mensen niet openlijk voor hun status uit durven te komen uit angst voor stigmatisering. Mount Moriah besteedt zowel aandacht aan de preventie van nieuwe besmettingen als aan zorg voor mensen die al ziek zijn. Mensen die al ziek zijn kunnen thuiszorg, medicijnen, eten en psychosociale hulp krijgen. De preventie activiteiten zijn breed. Zowel het eigen personeel, de kinderen, de jongeren als de volwassenen worden bereikt. De mensen worden voorgelicht over hoe HIV zich verspreid en hoe dat voorkomen kan worden (bijvoorbeeld geen sex voor het huwelijk, trouw zijn aan een partner en het gebruiken van condooms). Daarnaast is er aandacht voor normen, waarden, destigmatisering en het promoten van openheid over de ziekte. Armoede en cultuur bemoeilijken de preventie activiteiten. Armoede maakt mensen kwetsbaar: meisjes die met oudere mannen slapen voor geld; gebrek aan vertrouwen in de toekomst maakt mensen roekeloos. Cultuur kan voor en tegen HIV/AIDS preventie werken. Hier lijkt cultuur vooral HIV/AIDS verspreiding te stimuleren: mannen slapen vaak met meerdere vrouwen; de vrouw is ondergeschikt aan de man; de man wil geen condooms gebruiken; mensen geloven dat traditionele genezers HIV/AIDS kunnen genezen; spreken over HIV/AIDS is een taboe enz enz enz…

Dit zijn, welliswaar in een notendop, de uitdagingen waarmee Mount Moriah elke dag te maken heeft. De uitdaging wordt aangegaan. Elk lachende gezicht, elke maaltijd, elke oogst, elk diploma en elke nieuwe baan brengt hoop. Hoop dat een beter leven mogelijk is. Hoop dat op een dag de mensen op eigen benen kunnen staan en dat dan het steuntje in de rug niet meer nodig zal zijn.

donderdag 11 september 2008

Bijzondere mensen bestaan


Deze jongen lijkt op het eerste gezicht een doodgewone jongen van een jaar of zeven. Echter, hij is alles behalve gewoon. Samen met zijn overgrootmoeder en een ‘childminder’ was hij bij Mount Moriah, waar ik aan hem en zijn overgrootmoeder werd voorgesteld vanwege zijn opmerkelijke verhaal.

In Zuid-Afrika, waar veel jonge mensen sterven aan HIV/AIDS, is een persoon van meer dan tachtig jaar oud een grote uitzondering. De overgrootmoeder van deze jongen is een van de gelukkigen. Alleen haar gerimpelde gezicht en haar ietwat stijve bewegingen verraden dat ze niet meer de jongste is. Deze vrouw, die haar kinderen en kleinkinderen heeft zien sterven, voedt nu deze jongen op. Met een gezicht dat van onbegrip en ongeloof spreekt, vertelt de overgrootmoeder dat de gemeenschap haar ervan probeerde te overtuigen de jongen bij Mount Moriah te ‘dumpen’ nadat zowel de grootouders als de ouders van de jongen waren overleden.

Wanneer de overgrootmoeder de jongen iets wil zeggen prikt ze met een vinger in zijn borst om zijn aandacht te trekken. De jongen kijkt naar haar, maar zegt niets: hij kan horen noch praten. Sinds kort gaat hij naar een speciale school waar aandacht en begrip is voor zijn beperking. Hoewel deze school er niet voor kan zorgen dat hij kan horen, heeft hij de afgelopen tijd wel geleerd een paar woorden te praten. Hij is echter te verlegen om dat te demonstreren.

Terwijl we staan te praten trekt iemand de muts van zijn hoofd en wijst. Daar bij zijn oor en de haargrens zijn allemaal bultjes te zien. ‘Kijk, dat komt van de AIDS’. Drie maanden geleden, na lang aandringen bij de overgrootmoeder, is de jongen getest voor HIV. De uitslag was positief. Vandaag komen ze de eerste dosis medicijnen ophalen, wetende dat hij deze voor de rest van zijn leven zal moeten gebruiken, ongeacht de bijwerkingen.

De overlijdensaktes van de ouders van de jongen laten niet zien dat ze aan AIDS zijn overleden. In theorie is AIDS niet een ziekte waar je aan overlijdt. HIV is een virus dat het immuunsysteem van een besmet persoon verzwakt, waardoor een besmet persoon makkelijk allerlei ziektes krijgt. Het immuunsysteem is niet in staat om deze ziektes te verslaan. Daarom overlijden mensen met AIDS uiteindelijk aan bijvoorbeeld tuberculose. Het is hoogstwaarschijnlijk dat de ouders van de jongen wel aan AIDS zijn overleden. De jongen kan bij zijn geboorte de besmetting van zijn moeder hebben gekregen. Zijn moeder heeft het misschien van zijn vader gekregen. En van wie heeft zijn vader het gekregen? En aan wie hebben ze het verder doorgegeven?

Mount Moriah is een van de partner organisaties van Dorcas. De organisatie zet zich in om de levenststandaard voor hen die geinfecteerd zijn met HIV/AIDS te verbeteren en het aantal nieuwe infecties te verminderen. Voor deze jongen heeft de organisatie gezorgd voor een televisie. Een televisie is een luxe die veel mensen in de gemeenschap zich niet kunnen veroorloven. Voor de jongen brengt de televisie afleiding en een manier om te leren. Mount Moriah zorgt er daarnaast voor dat de jongen de medicijnen krijgt die hij nodig heeft. Om te voorkomen dat de situatie van de jongen verslechtert, moet hij verschillende medicijnen op verschillende tijdstippen innemen. De organisatie heeft de overgrootmoeder dat geleerd. Ze weet ook dat ze de grootste pillen het beste met jam of pindakaas kan geven… Verder hebben de overgrootmoeder en de jongen een ‘childminder’ toegewezen gekregen. Deze childminder heeft de taak om de jongen in de gaten te houden. Zij moet niet alleen controleren of hij zijn medicijnen op tijd krijgt, maar ook dat zijn nagels worden geknipt.

Met een tas vol pillen, drie bananen, een half pak koekjes en een blok hout voor de kachel vanavond, gaan de overgrootmoeder en de jongen op weg. Ze gaan een onzekere toekomst tegemoed. Gelukkig hebben ze elkaar.

dinsdag 2 september 2008

Partners leren beter te zorgen voor kinderen

Dorcas voert niet zelf projecten uit, maar ondersteunt lokale partnerorganisaties die de projecten runnen. De mensen die voor deze organisaties werken kennen de gemeenschap waarin ze werken, de cultuur en de taal. Zij zijn daarom beter uitgerust om het werk te doen dan een buitenstaander die, met de beste bedoelingen, een helpende hand wil bieden. De uitdaging is echter dat niet alle mensen die voor de partnerorganisaties werken een gedegen opleiding hebben gehad. Ze zijn begaan met het lot van hun medemens, maar hebben niet alle kennis en vaardigheden om optimale hulp te bieden. Om deze mensen beter uit te rusten voor het werk dat ze doen, organiseert Dorcas ondersteunende trainingen.

Vorige week waren de (potentiele) partnerorgansaties van Dorcas in Zuid Afrika en Lesotho uitgenodigd om een trainingsweek bij te wonen over weeskinderen en anderzins kwetsbare kinderen. Het aantal weeskinderen en kinderen dat binnen niet al te lange tijd wees zal worden is gigantisch. De HIV/AIDS epidemie is een belangrijke oorzaak daarvan. Weeskinderen moeten niet alleen het verlies van hun ouder(s) verwerken, maar hebben vaak ook andere moeilijkheden. Ze moeten voor jongere broertjes en zusjes zorgen terwijl ze zelf nog kind zijn. Ze kunnen niet meer naar school, omdat er geen geld is voor uniformen en schoolspullen. Ze moeten geld verdienen om überhaupt in leven te blijven. Kinderen kunnen kwetsbaar zijn om uiteenlopende redenen. Hoewel Zuid Afrika op economisch gebied met kop en schouders boven veel Afrikaanse landen uitsteekt, zijn veel huishoudens arm. Een leven in armoede maakt kinderen bijvoorbeeld kwetsbaar. Ze hebben honger, minder kans op een goede opleiding, meer kans om gepest te worden, meer kans om misbruikt te worden etc.

Een breed scala onderwerpen is afgelopen week de revue gepasseerd. Van culturele tradities rond de dood, het uitleggen van de dood aan kinderen en het rouwproces tot counseling, het aanleggen van een tuin en het stimuleren van zelfvertrouwen.
In het algemeen worden kinderen hier niet bij de dood van hun ouders betrokken. Hoewel het belangrijk is om eerlijk en open te zijn over de dood, is dat hier niet vanzelfsprekend. Kinderen worden vaak onwetend gehouden. Ze worden bijvoorbeeld bij buren of familieleden gebracht tot de begrafenis achter de rug is.
In de training is veel aandacht besteed aan counseling. Bij counseling gaat het erom dat het kind gaat praten. Er zijn verschillende technieken en hulpmiddelen om een kind aan het praten te krijgen. De deelnemers aan de training hebben kennis gemaakt met verschillende technieken en hulpmiddelen om met een kind te communiceren. Bijvoorbeeld door een kind een tekening te laten maken van ‘het monster in zijn/haar leven’ wordt het makkelijker om een gesprek te hebben over datgene/diegene waar hij of zij bang voor is. De partnerorganisaties doen counseling. Deze training heeft hen het gereedschap gegeven om hun counseling te verbeteren. Counseling is niet iets wat je zomaar kunt. Het vergt kennis, tijd en inzet om dit goed onder de knie te krijgen.
Kinderen die hun ouders hebben verloren moeten vaak voor zichzelf zorgen. In de training is een demonstratie gegeven van het aanleggen van een tuin die voor kinderen geschikt is. De ‘tuin’ is een grote zak die gevuld is met mest, compost en grond. Groente kan geplant worden in gaten in de zak. Twee frisdrankflessen gevuld met water zorgen ervoor dat de grond nat blijft. In deze tuin groeit geen onkruid en slechts eens per week moeten de waterflessen bijgevuld worden. Bovendien kan de tuin makkelijk verplaatst worden. Het verbouwen van groente door kinderen kan op deze manier bijna niet mislukken. Het eten van groente draagt bij aan het voorkomen van een gebrek aan vitamine A.

Wanneer je als zorgverlener zelf problemen hebt, kun je onmogelijk optimale zorg bieden aan kinderen. Hoewel de kinderen de primaire focus van de training waren, was er ook uitgebreide aandacht voor de zorgverleners zelf. Hoe ga je om met je eigen tegenslagen in het leven? Hoe zorg je goed voor jezelf? Door activiteiten die anders met kinderen worden gedaan, hebben de deelnemers aan de training geleerd om over hun eigen problemen te praten. Bijvoorbeeld door het tekenen van ‘de weg van mijn leven’, werden de deelnemers gestimuleerd om over de moeilijkheden in hun leven te praten. Voor mij was het schokkend om als westers meisje uit een fijn gezin, met leuke vrienden en een goede opleiding te horen dat bijna alle deelnemers aan de training de meest verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt. Zoals een vrouw mij vertelde: ‘Ik was zelf een kwetsbaar kind’. Ze groeide op in een arm gezin. Haar beide ouders waren ziek en hadden geen werk. Door te werken voor mensen in de buurt, verdiende ze eten voor haar ouders, broer en zus. Echter, niet altijd werd haar werk beloond. Soms werd ze na het werk zonder beloning naar huis terug gestuurd. Op haar dertiende werd ze verkracht en belandde daarna in de prostitutie. Zo verdiende ze geld om het gezin te kunnen onderhouden. Uiteindelijk is het haar gelukt om uit de prositutie te komen en naar school te gaan. Nu zet ze zich in voor mensen in de samenleving die minder geluk hebben gehad dan haar. Uit haar geloof haalt ze de kracht om door te gaan.

De deelnemers aan de training hebben kennis en ervaringen opgedaan die ze in hun werk toe kunnen passen. Door ervaringen met elkaar te delen en te spreken over manieren om het werk te verbeteren, hebben de deelnemers nieuwe motivatie opgedaan om aan het werk te gaan. De belangrijkste boodschap die de deelnemers mee naar huis nemen is misschien wel dat het niet hun taak is om alle problemen van de kinderen op te lossen. Wat de kinderen nodig hebben is vertrouwen en liefde. Het kind moet weten dat het gewenst en bijzonder is, ongeacht de omstandigheden.

zaterdag 30 augustus 2008

Een bankstel: geschenk van God

Op het eerste gezicht lijkt Zuid Afrika westers. De auto’s zijn mooi, de wegen goed en de huizen groot. Toch is er, wanneer je even verder kijkt, ook veel armoede te zien.

Het runnen van een tweedehands winkel is een van de activiteiten van Dorcas South Africa. Deze winkel is ondergebracht in dezelfde ruimte als het kantoor. De winkel kan qua assortiment en oppervlakte niet in de schaduw staan van de winkel in Andijk. Een ander groot verschil is de verhouding tussen vraag en aanbod: in Nederland is het aanbod van spullen relatief groot, terwijl in Zuid Afrika juist de vraag naar tweedehands goederen relatief groot is. De winst van de winkel wordt geinvesteerd in Dorcas South Africa. Soms komt het echter niet eens aan het verkopen van de spullen toe.

De vrouw van het echtpaar waar ik te gast ben, is de landencoordinator voor Dorcas in Zuid Afrika. Het echtpaar kent al langere tijd een vrouw van rond de vijfenzestig. Ennie heeft haar hele leven in een zelf-gemaakt huisje gewoond. Sinds haar pensionering, zo’n half jaar geleden, heeft ze echter van de overheid een huisje kunnen kopen. De overheid investeert in de bouw van goedkope woningen. Echter, de wachtlijsten zijn lang. Daarom heeft Ennie pas nu haar eerste echte eigen huis gekregen.

Het huis van Ennie is identiek aan dat van vele anderen in de wijk. Het huis telt vier ruimtes. Een ‘keuken’, woon- en eetkamer zijn in dezelfde ruimte ondergebracht. Hoewel, ‘keuken’ is een groot woord voor een gootsteen en een gasbrander. Verder is er een douche/wc. Althans, de wc staat er, maar voor een douche of bad moet Ennie zelf nog zorgen. De twee andere ruimtes zijn slaapkamers. Voor kasten is geen ruimte. Alleen met een tweepersoons bed is de ruimte al meer dan vol.

Voor inrichting van het huis heeft Ennie eigenlijk geen geld. Al een half jaar zit ze op kleine plastic tuinstoelen. Daarom heeft het echtpaar waar ik te gast ben, besloten om een bankstel dat onlangs bij de tweedehands winkel gebracht is, aan Ennie te schenken. Met het vier-delig bankstel langs de muren, hebben de kleinkinderen nog net ruimte om met hun vier duplex blokjes en paar spiderman-poppen te spelen. Want het is oma die op de kleinkinderen past. Dat kan zijn omdat de ouders aan het werk zijn. Maar wie verzekert je dat de ouders niet zijn overleden aan HIV/AIDS?

Zowel de jongens als Ennie hebben een fijne middag gehad. Ennie dankt God voor zijn goedheid. Het bankstel is een geschenk van Hem. Nu kan ze eindelijk relaxt zitten in haar eigen huisje, hoe klein en sober het verder ook is. Vergeleken met vele anderen heeft zij het getroffen…

vrijdag 22 augustus 2008

Van de boeken naar de praktijk

Na drie jaar met de neus in de boeken te hebben gezeten, is het nu tijd voor iets heel anders. De komende maanden zal ik stage lopen bij Dorcas Aid International. Vanaf deze plaats zal ik u op de hoogte houden van mijn activiteiten.

Wie is de ‘ik’ van deze weblog eigenlijk? Mijn naam is Teuntje de Glee. Ik ben geboren en getogen in Friesland, maar ben voor mijn studie drie jaar geleden naar Wageningen verhuisd. In Wageningen studeer ik Internationale Ontwikkelingsstudies. In deze studie staat het bestuderen van ontwikkelingsproblemen vanuit verschillende invalshoeken centraal. Mijn interesse ligt vooral bij gezondheid en communicatie. Voor de zomervakantie heb ik mijn bachelor afgesloten met een scriptie over HIV/AIDS preventie campagnes in Zuid Afrika. De stage voor Dorcas is het begin van mijn master en sluit (min of meer) aan op mijn bachelorscriptie.

Hoewel het eerste contact met Dorcas bijna een half jaar geleden is, was het twee weken geleden eindelijk zover. In alle vroegte reed ik richting Andijk, met weinig verwachtingen en nog minder ideeën over wat ik zou kunnen doen. Gelukkig had ik me geen zorgen hoeven maken. Ik voel me hier welkom en heb ik me niet hoeven vervelen. Toch merk ik dat werkervaring geen overbodige luxe zou zijn om volwaardig op het hoofdkantoor te kunnen functioneren. Als klein kind al vertelde ik mijn ouders tot vervelends toe dat ik later naar de ‘rimboe’ wilde om de mensen te helpen. Na twee weken heb ik wel geleerd dat de mensen hier op kantoor cruciaal werk doen: zij ondersteunen de projecten en zij zijn de bruggen tussen de donoren en de partners. Misschien kun je hier op kantoor wel een grotere rol spelen dan wanneer je ergens in de rimboe met je voeten in de blubber een moestuin aanlegt…

Gelukkig is achtergrondkennis over de projecten en werkervaring niet voor alle activiteiten noodzakelijk. Zo heb ik bijvoorbeeld kenschetsen (korte samenvatting van een project) gemaakt, korte stukjes geschreven over verschillende projecten voor de ICCO website, mee kunnen schrijven aan een projectvoorstel dat wordt ingediend om in aanmerking te komen voor financiering van USAID en mee kunnen werken aan de beoordeling van een projectvoorstel. Naast deze activiteiten heb ik ook na kunnen denken over mijn stage opdracht. Het doel van mijn stage is namelijk om bij te dragen aan de verbetering van communicatie materialen die gebruikt worden in HIV/AIDS projecten in Zuid Afrika en Lesotho. Ondanks dat op het hoofdkantoor veel informatie beschikbaar is over de projecten en de partners blijft het moeilijk om, zonder de situatie te kennen, een plan van aanpak te maken. Gelukkig komt daar snel verandering in. Aanstaande zaterdag reis ik naar Zuid Afrika. Tot eind november zal ik daar werken op het kantoor van Dorcas in Johannesburg en zal ik de verschillende partner organisaties en projecten bezoeken. De week voor kerst zal ik mijn stage op het hoofdkantoor in Andijk afsluiten.

Nu de mensen en het werk bekend beginnen te worden, loopt mijn verblijf in Andijk dus alweer ten einde. Volgende week zal ik mijn tweede eerste werkdag beleven. Opnieuw mensen leren kennen en opnieuw ander werk. Toch heb ik niets te klagen: na twee positieve weken in Andijk heb ik heb zin om in Zuid Afrika aan de slag te gaan…