donderdag 27 november 2008

Goede communicatie is cruciaal voor HIV/AIDS preventie


In een drie-daagse workshop over HIV/AIDS preventie hebben de Dorcas partners in Zuid-Afrika, Lesotho en Zimbabwe kennis gemaakt met verschillende communicatie methoden. Het is een van de milleniumdoelen dat in 2015 de verspreiding van HIV/AIDS is gestopt en zelfs is teruggedrongen. Gedragsverandering is moeilijk, maar noodzakelijk, om dit doel te bereiken. Daarom is het belangrijk dat de partners leren wat effectieve en minder effectieve communicatie methoden zijn.

Hoewel mensen het vaak moeilijk vinden om openlijk over sex, condooms en HIV/AIDS te praten, was de sfeer open en relaxt. Er werd veel gelachen en geleerd.
Tijdens de workshop hebben verschillende partners hun preventiewerk gedeeld. Een van de partners organiseert vooral HIV/AIDS preventie activiteiten voor jongeren. Om te begrijpen wat de impact is, kropen we in de huid van de kinderen en deden onder andere de ‘bubblegum song’, sproken over sexuele voortgang (van handen vasthouden tot sex) en een HIV/AIDS kennis test. Het is beter niet alleen te horen maar ook om te ervaren.
Een andere partner organisatie is erg open over condoom gebruik. Deze partner heeft andere partners die minder open daarover zijn, minder kennis daarvan hebben en geen demonstraties doen, laten zien hoe zij zowel de mannen als de vrouwen condoom demonstreren. Demonstratie is effectiver dan alleen vertellen. Wanneer mensen zien wat gebeurt en wanneer ze het zelf kunnen proberen, leren mensen de vaardigheden die nodig zijn om condooms ook zelf te kunnen gebruiken.
Niet alleen Dorcas-partners, maar ook andere organisaties waren uitgenodigd om hun communicatie over HIV/AIDS preventie te laten zien en daarover te vertellen. Een vrouw die werkt voor de Treatment Action Campaign (TAC) vertelde over haar HIV positieve status, haar bemetting, het belang van een HIV test en haar positeive houding. Nu, bijna vijftien jaar later, is ze nog steeds getrouwd met de man die haar besmet heeft. Een persoonlijk verhaal van iemand die vertelt over zijn of haar eigen ervaringen maakt een veel grotere impact dan iemand die alleen kennis uit de boeken en van andermans verhalen heeft. Deze vrouw is een positief voorbeeld: als zij kan testen, kan ik het ook; als zij positief kan leven, kan ik het ook; en als zij HIV van haar eerste sex-partner kan krijgen, loop ik ook een risico...
Soul City is waarschijnlijk de meest bekende organisatie in Zuid-Afrika die aan HIV/AIDS preventie werkt. Deze organisatie gebruikt onder andere drama’s op televisie, talkshows op de radio en tijdschriften om mensen voor te lichten over HIV/AIDS. Er werd niet alleen gesproken over materialen (zoals tijdschriften) maar ook over het belang van onderzoek. Preventie activiteiten zijn effectiever wanneer ze gebaseerd zijn op onderzoek. De Dorcas partners hebben (vrijwel) geen onderzoek gedaan voor ze hun preventie activiteiten begonnen. Het is belangrijk dat ze zich het belang daarvan realiseren.
Themba HIV/AIDS Organisation was uitgenodigd om te laten zien en uit te leggen hoe zij gebruik maken van drama in hun preventiewerk met jongeren en volwassenen. De drama’s zijn niet compleet. Het publiek heeft de kans om vragen te stellen aan de spelers over hun gedrag en beslissingen. De drama’s zijn herkenbaar en integreren verschillende HIV/AIDS gerelateerde onderwerpen (zoals HIV test, openheid tussen ouders en kinderen en steun voor een besmet persoon). Mensen leren meer door actieve deelname aan de drama’s dan door alleen passief luisteren, ook al is drama alleen al een leuke manier om te leren.

Preventie van HIV/AIDS is niet makkelijk. De partners doen hun best, maar de weg is niet zonder obstakels. De partners realiseren zich nu dat het belangrijk is om een preventie strategie te hebbwen. De preventie activtieten moeten een samenhangend geheel zijn om de doelen te kunnen bereiken. Daarnaast hebben de partners ideen en contacten opgedaan om hun werk te verbeteren.

Als een HIV infectie ‘slechts’ één van de problemen is


Het kleine meisje zit in de keuken met een bord met bonen tussen haar benen dat haar zus voor haar heeft klaargemaakt. Hun moeder is HIV positief en vaak te ziek om te werken. Het zeven-jarige meisje zorgt dan voor haar moeder en haar kleine zusje. Beide meisjes zijn niet besmet met HIV.

Het gezin heeft het niet makkelijk. De moeder staat er alleen voor naded de vader na een lang ziekbed bijna een jaara geleden is overleden. Waarschijnlijk heeft hij zijn vrouw besmet met HIV en is hij zelf aan de gevolgen van AIDS overleden, maar hierover wordt niet gesproken.

Nadat haar man was overleden besloot de moeder een HIV test te laten doen. Ze heeft de familie van haar man verteld dat ze besmet is. Zelf groeide ze op zonder vader en heeft ze nu geen directe family meer. De familie van haar man komt haar niet meer opzoeken nu ze weten dat ze HIV positief is. Naast de familie heeft ze ook twee buren in vertrouwen genomen. Gelukkig steunen deze buren haar wel.

Als de moeder zich goed genoeg voelt werkt ze in de tuin achter haar huis. Daar verbouwt ze groenten, mais, bonen en kruiden. De kruiden gebruikt ze om haar eigen opportunistisch infecties en de ziekten van anderen te behandelen. In een tijd waar ziekenhuizen sluiten en medicijnen niet beschikbaar of onbetaalbaar zijn is het gebruik van kruiden de enige optie om het lijden te verzachten.

De moeder heeft het moeilijk om elke dag voldoende eten in huis te hebben om zichzelf en haar dochters te voeden. Gezien de armoede van het gezin, de torenhoge inflatie en het feit dat mensen vrijwel geen geld uit de bank kunnen helen is dit niet verwonderlijk. Gelukkig hoeft ze geen huur te betalen voor het huis en draagt ze alleen bij aan de kosten voor water en electriciteit.

Victory Tabernacle, een Dorcas partner in Zimbabwe, moedigt de vrouw aan om naar de ‘support group’ te komen. Van deze support group kan ze psychosociale steun krijgen en ook practische hulp wanneer ze zich zich voelt. Op die manier wordt de last op de schouders van de dochter verlicht en kan ze gewoon naar school blijven gaan. Wanneer de container met eten en kleding aankomt in december zal de baby nieuwe kleren krijgen.

Als de verpakking belangrijker is dan de inhoud


Terwijl ik met zijn moeder sta te praten, grijpt de tien-jarige Takunda naar de doos met winegums die ik in mijn handen heb. In een land als Zimbabwe, waar mensen de grootste moeite moeten doen om eten te bemachtigen, zijn winegums een grote luxe. De grijpgrage handen zijn dan ook geen wonder. Maar er is meer aan de hand. Na nog twee winegums stelt zijn moeder voor dat het de jongen misschien om de doos te doen is. En ja hoor: ik heb nog nooit een kind zo uit zijn dak zien gaan van een lege doos.

Takunda is dan ook geen ‘doorsnee’ jongen: hij kan niet praten en niet lopen. Als zijn moeder tegen hem praat ziet ze aan zijn ogen of hij haar begrijpt of niet. In de stad is een school voor gehandicapte kinderen. Toch gaat Takunda daar niet naartoe en is het zijn moeder die hem met behulp van plaatjes en verhalen het een en ander probeert te leren. Takunda kwalificeert zich niet voor de school, omdat hij onder andere niet in staat is om zelfstandig naar de wc te gaan en omdat er geen personeel is dat zijn rolstoel kan duwen…
Zo nu en dan krijgt Takunda fysiotherapie. In de (lange) tijd tussen twee sessis probeert zijn moeder zoveel mogelijk met hem te oefenen. Hij kan nu zelfstandig staan en misschien dat hij op een dag, als zijn botten sterk genoeg zijn, zal kunnen lopen. Nu beweegt hij zich in en rond het huis nog kruipend voort.

Takunda is gezond geboren. De problemen begonnen toen hij een jaar en vier maanden oud was. Een combinatie van malaria, pneumonia en meningitis hebben een gezonde jongen veranderd in een jongen die meer aandacht en speciale zorg nodig heeft. Zijn moeder werkte in die tijd als naaister en besloot ontslag te nemen om voor haar zoon te kunnen zorgen. Dit, en het feit dat de jongen medicijnen en speciaal en duurder eten nodig heeft, drukken zwaar op de financiele situatie van het gezin. Takunda zijn vader besloot daarom acht jaar geleden om zijn vrouw en kind in de steek te laten. Hij is nu hertrouwd en heeft een baan.

Takunda zijn moeder daarentegen, doet nu in haar eentje haar uiterste best om de eindjes aan elkaar te knopen en om voor haar zoon te zorgen. Voor dag en dauw gaat ze op pad om brandhout te verzamelen. Als Takunda wakker wordt neemt ze hem mee naar de kant van de weg waar ze het brandhout verkoopt. Daarnaast neemt ze alle werk dat ze kan krijgen met beide handen aan. Zo gebeurt het dat ze Takunda op haar rug bindt om een dag op het veld te gaan werken. Maar zelfs met al het harde werken lukt het niet altijd om de eindjes aan elkaar te knopen en moet ze alsnog geld lenen.

Een deel van het verdiende geld wordt besteed aan de huur voor het ‘huis’. Het huis is een hutje van planken van drie bij drie meter. De helft van het huis is gevuld met bed en in de andere helft staat een tafeltje met wat kookgerei en eten. De kleerhangers die aan een plank hangen zijn zo goed als leeg. Een bordje met de tekst ‘home sweet home’ hangt naast de deur: hoewel het huis amper een huis te noemen is, is het voor Takunda en zijn moer hun thuis.

Takunda is anders dan de andere kinderen. Voor de buren, maar soms ook voor zijn moeder, is dat moeilijk te accepteren. De buren negeerden Takunda in het begin en verboden hun kinderen om met hem te spelen. Gelukkig is de houding van de buren in de loop van de tijd wat verbeterd. Toch heeft Takunda geen vriendjes en vriendinnetjes, omdat hij niet begrijpt hoe hij contact kan maken met anderen.

In Zimbabwe zijn mensen niet verzekerd tegen situaties als die van Takunda en zijn moeder: mensen zijn op zichzelf aangewezen. Takunda en zijn moeder hebben geluk dat ze dichtbij ‘Victory Tabernacle’wonen. Dorcas ondersteunt deze partnerorganizatie met geld, kennis en training. Op het moment is de partner bezig vaardigheidstrainingen op te zetten waarmee mensen in de gemeenschap op lange termijn een inkomen kunnen verdienen. Eén van de trainingen is om vrouwen te leren naaien. Na de cursus kunnen de vrouwen gebruik blijven maken van de naaimachines zodat ze met naaien hun brood kunnen verdienen. Deze activiteit is bedoeld voor vrouwen zoals de moeder van Takunda. Op die manier brengt Victory Tabernacle een lichtpuntje in een, op het eerste gezicht, uitzichtloze situatie.

Zimbabwe: waar een milionair nog geen brood kan kan kopen


Meer dan drie maanden geleden werd er op het hoofdkantoor van Dorcas al gesproken over noodhulp aan Zimbabwe. Het geld was al beschikbaar, maar er moest nog een manier gevonden worden om of het geld of the eten het land binen te krijgen. Pas nu, ruim drie maanden later, heeft de partner een voorstel ingediend voor de noodhulp omdat de overheid wat flexibler begint te worden met het importeren van eten.

Waarom heeft Zimbabwe de hoodhulp nodig? Vooral de economische situatie is een probleem. Dagelijks doen mensen groe moeite om aan geld en eten te komen. De inflatie is gigantisch en de bedragen zijn astronomisch. Betaalde je gister nog twee miljoen voor vijf broden, dan krijg je vanochtend nog vier broden voor dezelfde prijs terwijl een paar uur later een brood al 1,1 miljoen kost. De windels die not producten in de schappen hebben openen niet voor negen uur omdat ze eerst de prijzen aanpassen. Als eht eten er al is, is het geld het volgende probleem. Er is geen bank te vinden waar niet een lange rij mensen op straat staat te wachten op hun beurt. Mensen staan soms de hele dag in de rij voor hun 50.000 Zimbabwe dollars. Iedereen kan dagelijks maximaal 50.000 dollars opnemen. Anders dan in Nederland betaalt men in Zimbabwe alles cash. In de rij voor de bank lijkt daarom de enige optie. Toch betekent dat dat je aan het einde van de dag nog geen helf brod kunt kopen. Maar de mensen zijn vindingrijk. Ze gaan bijvoorbeeld naar Zuid Afrika voor boodschappen of ze kopen Zimbabwe dollars op de zwarte mark of van een winkel dat Amerikaanse dollars accepteerd. De situatie is verwarrend: de een wil Amerikaanse dollars terwijl de ander alleen Zimbabwe dollars accepteerd. Het is de kunst om Zimbabwe dollars zo kort mogelijk op zak te hebben omdat ze morgen minder waard zijn. Maar ook de waarde van de Amerikaanse dollar daalt. Dat is te wijten aan de diamantindustrie rond Mutare. De diamanthandelaren willen alleen Amerikaanse dollars waardor die zo overvloedig aanwezig zijn dat zelfs de waarde daarvan daalt. Howel de Amerikaanse dollar waardevaster is dan die van Zimbabwe is het geen optie om de dollars in de bank te hebben. De overheid kan zomaar je bankrekening leeghalen zodat je niets meer over hebt. In het algemeen hebben menen het geld liever cash in huis dan in de bank. Het geld vermindert toch in waarde, ongeacht de plaats, dan is het beter om geld in huis te hebben want je kunt het toch niet uit de bank halen. De realiteit is dat mensen met een tas naar de winkel gaan: niet voor boodschappen maar voor het geld.

Deze financiele problemen komen nog bovenop de problemen die de mensen al hebben. Veel mensen leven in armoede en hebben onder ‘normale’ omstandigheden als de grootste moite om de eindjes aan elkaar te knopen. De financiele situate is de welbekende druppel. Mensen hebben honger en op het platteland sterven mensen daar al door. De geruchten gaat dat ze mieren en spinen eten om in leven te blijven. Dan is het nog een lange tijd voor de volgende oogst in april binngnegehaald kan worden...

maandag 3 november 2008

Een granny wacht op adoptie


Het leven in de bergen is zwaar. De natuur is grimmig en de stad ver weg. Dit leven, waarin overleven voorop staat, is de dagelijkse realiteit van veel Basotho. In de bergen van Lesotho zijn de mensen op zichzelf aangewezen. Ze verbouwen hun eigen voedsel en helpen elkaar wanneer het nodig is.

Dorcas ondersteunt een project in Semonkong. Semonkong is een gebied in de bergen van Lesotho. Het project helpt onder andere de mensen met het vergroten van hun voedselzekerheid, werkt aan HIV/AIDS preventie en zorgt voor de ouderen en de kwetsbare kinderen. Op het moment worden 62 grannies (opa’s en oma’s) en 132 kwetsbare kinderen geholpen. Zij krijgen maandelijks een pakket met eten en kleding.

De vrouw op de foto is een granny. Zij wacht op hulp. Af en toe krijgt ze eten van het project, maar er is nog geen donor die haar heeft ‘geadopteerd’. Een paar jaar geleden heeft de vrouw haar man verloren. Ze is HIV positief en drinkt veel alcohol. Deze twee dingen gaan slecht samen. Iemand die HIV positief is moet gezond eten en drinken. De vrouw is arm. Wanneer er geen geld is, gaat ze zonder eten naar bed. Ze krijgt geen AIDS-remmers. AIDS-remmers moeten gebruikt worden in combinatie met eten en dat is onmogelijk wanneer er geen eten is.

Deze granny woont samen met haar dochter en twee kleinkinderen. De dochter is HIV positief, maar haar kinderen zijn niet getest. Het is niet zeker of de kinderen het virus in hun bloed dragen of niet. Als de moeder besmet was voor de kinderen geboren werden, kunnen de ook de kinderen besmet zijn. De beide vrouwen zijn niet open over hun HIV positieve status. Mensen in hun omgeving weten niet dat zij besmet zijn met het virus. De vrouwen ontkennen en negeren het feit dat ze het virus bij zich dragen.

De kleinkinderen zijn vier en negen jaar oud. De jongste heeft de leeftijd om naar de ‘pre-school’ te gaan. Echter, dit gezin heeft niet het geld om hem daarnaar toe te laten gaan. Daarom speelt de jongen de hele dag buiten. De oudste jongen is een herder. Hij past overdag op andermans dieren. Elke avond gaat hij naar school. Deze school is speciaal voor herders die overdag in het veld zijn. Het inkomen dat deze jongen verdiende, was het enige vaste inkomen dat het gezin had. Het inkomen van een herder varieert van R100 tot R150 per maand (R150 is iets meer dan € 10,-). Echter, de jongen heeft besloten om niet meer voor geld te werken. In plaats van een maandelijks salaris, krijgt hij aan het eind van het jaar een of meerdere dieren van zijn baas. De granny en haar dochter doen hier en daar klusjes om toch wat geld te verdienen. Ook al is dat niet veel.

De situatie ziet er sober uit: armoede en ziekte teisteren het gezin. Het huis waar dit gezin woont is erg klein. Er is niets dat op westerse invloeden wijst. Er is geen electriciteit en geen stromend water. Het wachten is op iemand die deze granny wil adopteren. Hoewel dat niet alle problemen oplost, is het wel een stap in de goede richting en een stap die hoop brengt.

Kamp voor weeskinderen en kwetsbare kinderen in Lesotho

Schoolreisjes, dagjes uit en vakanties zijn niet voor iedereen vanzelfsprekend. Een van de partnerorganisaties van Dorcas begrijpt dat. Zij organiseerden twee weken geleden een kamp voor de weeskinderen en de kwetsbare kinderen die ze helpen.

Het doel van het kamp was om met de kinderen te spreken over HIV/AIDS preventie. Het kamp was daarom vooral bedoeld voor kinderen van tien jaar en ouder. Echter, ook een groot aantal jongere broertjes, zusjes en verzorgers (dat kunnen ouders, grootouders of andere familieleden zijn) was erbij.

Wanneer Nederlandse kinderen op kamp gaan nemen ze vanalles mee: een rijkelijk gevulde toilettas, handoek, washandje, schone kleren, slaapzaak, luchtbed en natuurlijk de favoriete knuffel. De meeste kinderen van het kamp kwamen met een plastic zakje met een deken. Meer hebben ze niet of hebben ze niet nodig.

Het kamp begon op vrijdagavond en duurde tot zaterdagmiddag. Op vrijdag avond en zaterdag tussen de middag was er voor iedereen een warme maaltijd. De maaltijden waren uitgebreider dan de kinderen normaal gesproken eten. Er was niet alleen pap, maar ook groenten en vlees.

Op vrijdag avond en zaterdag ochtend werd er met de kinderen gesproken over HIV/AIDS preventie. De partnerorganisatie, Apostolic Faith Mission in Lesotho, benadrukt in haar preventie activiteiten dat het belangrijk is om geen sex te hebben voor het huwelijk. Dat is de enige 100% veilige manier om besmetting met HIV te voorkomen.

Het programma was interactief. De kinderen konden niet achteruit leunen en alleen luisteren. Er werd verwacht dat ze actief deelnamen aan de activiteiten. De kinderen hebben een film gekeken over HIV/AIDS. De film liet zien hoe een ondoordachte daad verstrekkende gevolgen kan hebben. Na afloop van de film was er tijd voor discussie. Je leert meer wanneer je samen kunt reflecteren en meningen uit kunt wisselen dan wanneer je alleen de film bekijkt.
Verschillende activiteiten maakten de kinderen ervan bewust dat het belangrijk is om geen sex te hebben voor het huwelijk. ‘If pillows could talk’ was een van de activiteiten. Deze activiteit laat zien dat wanneer je met iemand naar bed gaat, je eigenlijk met al zijn/haar vorige partners naar bed gaat. Je loopt het risico om elke ziekte op te lopen die zijn/haar partners ook hadden.

Zaterdagmiddag, na de lunch, was het tijd om kleding en eten uit te delen. Normaal gesproken worden er pakketen met kleding uitgedeeld. Helaas, aan het eind van het jaar heeft de partnerorganisatie alle kinderkleding al weggegeven. De kinderen mochten maximal twee kledingstukken uitkiezen voor een volwassene waarvan ze dachten dat hij of zij de kleding kon gebruiken. Ongeveer twintig kinderen krijgen elke maand een doos met eten. Deze twintig kinderen hebben zijn gekozen omdat zij het eten het hardste nodig hebben.

Met een doos met eten op het hoofd, kleding en hopelijk genoeg informatie en vaardigheden om de juiste keuzes te maken als het gaat sex, gingen de kinderen naar huis.